Alle oefeningen
One Arm Dumbbell Row uitvoering stap voor stap
Rug Gemiddeld Dumbbell

One Arm Dumbbell Row

De one arm dumbbell row is een van de meest praktische rugtraining-oefeningen die er bestaat. Je steunt met één hand en één knie op een bank, trekt met de andere hand een dumbbell omhoog langs je romp en werkt daarmee één kant van de rug volledig uit. Het grote voordeel van de eenzijdige aanpak is namelijk dat elke zijde volledig zelfstandig werkt: een sterke kant kan de zwakke kant niet langer compenseren, wat linksrechts-asymmetrie in kracht en spiermassa na verloop van tijd corrigeert.

Bovendien biedt de dumbbell meer bewegingsvrijheid dan een stang. Daardoor kun je de dumbbell hoger optrekken dan bij de Barbell Row en de latissimus over een groter traject belasten. Voor vaders die thuis trainen is de one arm dumbbell row daarom bijzonder waardevol: je hebt slechts één dumbbell en een stevige bank of stoel nodig. Vergeleken met de Seated Cable Row vraagt de dumbbell variant meer van de rompstabilisatoren, omdat er geen machine is die je positie ondersteunt.

Uitvoering

  1. Plaats je linkerhand en linkerknie op een vlakke bank zodat je romp nagenoeg parallel aan de vloer is. Je rechtervoet staat naast de bank op de grond voor extra stabiliteit. Pak een dumbbell met je rechterhand, arm gestrekt, handpalm naar je lichaam gericht. Je rug is vlak van nek tot stuitje.
  2. Trek je rechter schouderblad naar beneden en naar binnen voordat je de beweging inzet. Span je buikspieren aan om de romp stabiel te houden. Namelijk die schouderblad-activatie is het startpunt van een effectieve herhaling: wie meteen begint te trekken zonder de rug eerst te activeren, laat de biceps en de trapezius het werk overnemen.
  3. Adem uit en trek de dumbbell omhoog langs je romp door je elleboog naar het plafond te bewegen. De dumbbell beweegt daarvoor in een rechte lijn omhoog, dicht langs je zij. Denk niet aan je hand die omhoog trekt, maar aan je elleboog die naar het plafond wijst. Die cue activeert de latissimus automatisch sterker.
  4. Trek omhoog totdat je elleboog duidelijk boven je romplijn uitkomt en de dumbbell je heup of onderste ribbenkast nadert. Houd de eindpositie kort vast en voel de samentrekking in de brede rugspier. Je romp draait minimaal mee tijdens de trek: een kleine natuurlijke rotatie is acceptabel, maar geen grote swing.
  5. Laat de dumbbell vervolgens gecontroleerd zakken tot volledige strekking van de arm. Ten slotte herhaal je de beweging voor het gewenste aantal herhalingen aan één zijde voordat je wisselt. Voer altijd beide zijden uit met hetzelfde aantal herhalingen, te beginnen met de zwakkere zijde.

Sets en herhalingen

Sets
3–4 sets
Herhalingen
8 tot 12
Rust
60–90 sec
Tempo
2 omhoog / 3 neer

Betrokken spieren

Primair
Latissimus dorsi (brede rugspier)
Rhomboids
Trapezius (middelste deel)
Secundair
Biceps brachii
Achterste schouder (posterieure deltoid)
Teres major
Core (stabiliserend)

Tips voor een goede uitvoering

  • Begin altijd met de zwakkere zijde. Daardoor bepaalt de zwakkere kant het volume voor de sterkere kant, wat asymmetrie op de lange termijn corrigeert. Wie altijd begint met de sterke kant en de zwakke kant daarna uitput tot hetzelfde aantal herhalingen, vergroot het verschil tussen links en rechts verder.
  • Trek de elleboog zo hoog mogelijk, duidelijk boven de romplijn. Namelijk hoe hoger de elleboog komt, hoe meer de latissimus en de middenrug worden aangesproken. Veel sporters stoppen de beweging te vroeg omdat het gewicht te zwaar is. Kies daarom een gewicht waarbij je de elleboog consequent boven de romplijn kunt brengen.
  • Houd de romp stabiel en beperk de rotatie. Een kleine natuurlijke rotatie van de romp is bij de one arm dumbbell row acceptabel en zelfs functioneel, omdat het een iets grotere bewegingsboog geeft. Een grote swing waarbij de hele romp meedraait, verschuift de belasting echter van de rug naar de onderrug en de heupen.
  • Strek de arm volledig onderaan voor een maximale rekking van de latissimus. Bovendien is die volledige strekking bij de dumbbell variant makkelijker te bereiken dan bij de barbell row, omdat er geen stang is die de bewegingsboog onderaan beperkt. Benut die extra ruimte voor een diepere rekprikkel.

Veelgemaakte fouten

  • De romp te ver laten roteren om meer gewicht te verplaatsen. Een grote rotatie maakt de beweging explosief en spectaculair, maar verplaatst de belasting grotendeels naar de onderrug en de schouder. Houd de rotatie beperkt en laat de rugspieren het werk doen in plaats van de rompbeweging.
  • De elleboog niet hoog genoeg optrekken. Vervolgens bereikt de latissimus nooit de volledige samentrekking die bovenaan de beweging beschikbaar is. De elleboog moet duidelijk boven de romplijn uitkomen voor een effectieve herhaling. Als dat niet lukt, is het gewicht waarschijnlijk te zwaar.
  • Trekken met de biceps in plaats van met de rug. Namelijk dit is de meest voorkomende fout bij alle rij-oefeningen en geldt ook voor de one arm variant. Activeer het schouderblad bewust aan het begin van elke herhaling en denk aan de elleboog die omhoog beweegt, niet aan de hand die trekt.
  • Altijd beginnen met de sterke zijde. Daardoor dicteert de sterkere kant het volume en blijft de zwakkere kant structureel achter. Begin altijd met de zwakkere zijde en voer aan de sterkere zijde niet meer herhalingen uit dan aan de zwakkere zijde zijn gelukt.
Klaar voor een volledig schema?
Bekijk de Sterke Vaders 3-daagse full body routine
Bekijk de routine