Alle oefeningen
Barbell Upright Row uitvoering stap voor stap
Schouders Gemiddeld Halterstang

Barbell Upright Row

De barbell upright row is een verticale trekbeweging waarbij je een halterstang langs het lichaam omhoog trekt tot aan de kin. De stang start voor de heupen en beweegt in een rechte lijn omhoog terwijl de ellebogen omhoog leiden en breed uitwijken. Het is een van de weinige oefeningen die de trapezius en de middelste deltoid tegelijk zwaar belasten.

Dat maakt de upright row efficiënt. Namelijk in één beweging train je twee spiergroepen die bij de meeste schouderschema’s apart worden aangesproken via de Dumbbell Lateral Raise en afzonderlijk trapezius-isolatiewerk. Daarvoor is de upright row een slimme keuze als je trainingstijd beperkt is en toch breedte in de schouders wilt opbouwen.

De oefening heeft wel een reputatie als het gaat om schouderbelasting. Bovendien is de greepbreedte bepalend voor hoe belastend de beweging is voor het schoudergewricht. Een bredere greep dan schouderbreedte vermindert de interne rotatie van de schouder en maakt de beweging aanzienlijk vriendelijker. Vervolgens is dat het eerste wat je aanpast als de oefening oncomfortabel aanvoelt.

Bekijk de uitvoering

Barbell Upright Row video uitvoering

Klik om te starten  ·  Bekijk op YouTube ↗

De barbell upright row met een smalle greep kan de rotatormanchet belasten door interne rotatie van de schouder. Gebruik een greep van minstens schouderbreedte en trek de stang niet hoger dan de sleutelbeenderen. Bij bestaande schouderklachten eerst een fysiotherapeut raadplegen.

Uitvoering

  1. Pak de halterstang met een overhandse greep op schouderbreedte of iets breder. Sta rechtop met de stang voor je heupen, armen vrijwel gestrekt, een kleine hoek in de ellebogen. Voeten op heupbreedte, core aangespannen, schouders ontspannen naar beneden. Dit is de startpositie. Houd de stang dicht bij het lichaam gedurende de hele beweging.
  2. Adem in. Trek vervolgens de stang verticaal omhoog langs het lichaam door de ellebogen te leiden. De ellebogen sturen de beweging: ze gaan omhoog en wijken breed uit, boven de handen. De stang blijft de hele tijd dicht bij het lichaam en beweegt in een zo recht mogelijke lijn omhoog. De schouders blijven actief naar beneden in het begin van de beweging.
  3. Trek de stang omhoog tot borsthoogte of maximaal tot aan de sleutelbeenderen. Namelijk hoger trekken dan de sleutelbeenderen vergroot de interne rotatie van de schouder sterk en verhoogt het risico op impingement. De ellebogen zijn op het hoogste punt duidelijk hoger dan de polsen en de stang. Houd de stang op dat punt één seconde vast.
  4. Laat de stang vervolgens gecontroleerd zakken naar de startpositie voor de heupen. Daarvoor geldt: twee seconden voor de neerwaartse beweging. Laat de stang niet vallen en houd de spanning in de schouders en trapezius ook tijdens het zakken. De ellebogen strekken geleidelijk terwijl de stang zakt, niet in één keer.
  5. Herstel de startspanning volledig voor de volgende herhaling. Ten slotte is de greepbreedte het belangrijkste aanpassingspunt als de oefening oncomfortabel aanvoelt in de schouders: verbreed de greep stapsgewijs totdat je een positie vindt waarbij de beweging vloeiend en pijnvrij verloopt. Een bredere greep vermindert bovendien de polsbelasting die soms optreedt bij een smalle greep.

Sets en herhalingen

Sets
3 tot 4 sets
Herhalingen
10 tot 12
Rust
60–90 sec
Tempo
2 sec omhoog / 1 sec hold / 2 sec neer

Betrokken spieren

Primair
Trapezius (bovenste deel)
Deltoid (middelste kop)
Secundair
Deltoid (voorste kop)
Biceps
Brachialis
Rotatormanchet (stabiliserend)

Tips voor een goede uitvoering

  • Gebruik een greep van minstens schouderbreedte, bij voorkeur iets breder. Namelijk een bredere greep vermindert de interne rotatie van de schouder tijdens de trekbeweging aanzienlijk. Daarvoor is een brede greep het eenvoudigste en meest effectieve aanpassingspunt voor wie de oefening oncomfortabel vindt. Begin met een brede greep en experimenteer van daaruit.
  • Laat de ellebogen de beweging leiden, niet de handen of de stang. Vervolgens zorgt die focus op de ellebogen ervoor dat de trapezius en deltoid het werk doen in plaats van de biceps. Wie de handen omhoog trekt in plaats van de ellebogen, activeert onbewust meer armkracht dan schouder- en trapezius-kracht.
  • Houd de stang de hele beweging dicht bij het lichaam. Daarvoor is een stang die ver van het lichaam beweegt een teken van te zwaar gewicht of een verkeerde techniek. Bovendien vergroot een stang die naar voren zwaait de belasting op de schoudergewrichten. De stang raakt bij een goede uitvoering bijna het lichaam tijdens de hele beweging.
  • Combineer de upright row met shrug-varianten in hetzelfde schema voor een complete trapezius-training. Ten slotte traint de upright row de bovenste trapezius via een samengestelde beweging, terwijl de shrug de trapezius isoleert via een verticale schouderheffing. Die combinatie geeft een evenwichtig trainingsresultaat voor de hele trapezius.

Veelgemaakte fouten

  • Een te smalle greep gebruiken. Dit is de meest risicovolle fout bij de barbell upright row. Namelijk een smalle greep dwingt de schouders in een sterke interne rotatie op het hoogste punt van de beweging, wat het risico op impingement van de rotatormanchet sterk vergroot. Gebruik altijd een greep van minimaal schouderbreedte en bij voorkeur iets breder.
  • De stang hoger trekken dan de sleutelbeenderen. Daarvoor neemt de schouderbelasting boven borsthoogte snel toe zonder dat het trainingseffect op de trapezius of deltoid evenredig meestijgt. Houd het eindpunt op borsthoogte of maximaal de sleutelbeenderen en focus op de spieractivatie in dat bereik, niet op hoe hoog de stang komt.
  • De stang naar voren laten zwaaien tijdens de heffing. Vervolgens is dat een teken van een te zwaar gewicht of een gebrek aan controle over de bewegingslijn. De stang moet de hele tijd dicht bij het lichaam blijven. Een stang die naar voren zwaait, verschuift de belasting van de schouders en trapezius naar de rug en vergroot de kans op blessures.
  • Te snel zakken na de toppositie. Ten slotte mist wie de stang laat vallen de volledige excentrische fase, waarbij de trapezius en deltoid onder spanning verlengen. Die fase levert extra spierprikkel op. Neem altijd twee seconden voor de neerwaartse beweging, ook als de set zwaar wordt aan het einde.
Klaar voor een volledig schema?
Bekijk de Sterke Vaders 3-daagse full body routine
Bekijk de routine