Alle oefeningen
Mountain Climbers uitvoering stap voor stap
Core Gemiddeld Lichaamsgewicht

Mountain Climbers

Mountain Climbers nemen de stabiliteit van de gewone Plank en voegen er een flink hoger tempo aan toe. Vanuit de planktpositie breng je afwisselend de knieën richting de borst, in een ritme dat aan rennen op de plaats doet denken. Daardoor verandert een statische core oefening in een dynamische beweging die ook de hartslag flink opjaagt.

Bovendien is die combinatie van core stabiliteit en conditie precies wat mountain climbers onderscheidt van de meeste andere buikspieroefeningen. Namelijk de romp moet stabiel blijven terwijl de benen in een hoog tempo bewegen, vergelijkbaar met Shoulder Taps in Plank maar dan met de benen in plaats van de armen. Daardoor is deze oefening zowel een core training als een conditieprikkel in één beweging.

Vervolgens lenen mountain climbers zich uitstekend voor circuits en finishers, omdat ze geen materiaal vragen en in korte tijd een hoge hartslag opbouwen. Wie merkt dat de heup begint te schommelen bij hoger tempo, gaat echter te snel: net als bij de schoudertikken blijft rompcontrole altijd belangrijker dan snelheid.

Ten slotte combineert deze oefening goed met andere dynamische bewegingen zoals Burpees in een conditieblok. Daardoor is mountain climbers een veelzijdige oefening die zowel in een core schema als in een conditieschema past.

Bouw het tempo geleidelijk op en houd de heup zo stil mogelijk. Een te hoog tempo zonder rompcontrole vergroot de belasting op de onderrug en de polsen.

Uitvoering

  1. Ga in de planktpositie liggen, met de handen recht onder de schouders en de armen gestrekt. Span de buik en billen actief aan zodat het lichaam één rechte lijn vormt van schouders tot hakken, net als bij de gewone plank.
  2. Breng vervolgens één knie richting de borst, met de voet net boven de grond, en plaats deze daarna direct terug in de startpositie. Namelijk de heup moet hierbij zo stabiel mogelijk blijven: de beweging komt uit de benen, niet uit een meedraaiende romp.
  3. Wissel direct naar de andere knie, in een doorlopend en ritmisch tempo dat aan rennen op de plaats doet denken. Bovendien geldt: hoe vlotter het ritme, hoe hoger de hartslag, zolang de romp stabiel blijft.

Ritme aanhouden

  1. Blijf vervolgens in een vast ritme wisselen tussen links en rechts voor de afgesproken tijd of het afgesproken aantal herhalingen. Ten slotte is het verstandig om het tempo te verlagen zodra de heup begint te zakken of te schommelen, in plaats van de oefening met een instabiele romp af te maken.
  2. Laat je daarna gecontroleerd zakken op de knieën om de set af te ronden. Daarvoor geldt dat voldoende rust tussen de sets helpt om de volgende set weer met dezelfde controle en tempo te starten.

Sets en herhalingen

Sets
3 sets
Duur
20 tot 40 sec
Rust
30 tot 45 sec
Tempo
Vlot en ritmisch

Betrokken spieren

Primair
Rectus abdominis
Hip flexors
Secundair
Schouders
Quadriceps
Obliques

Tips voor een goede uitvoering

  • Beheers eerst de gewone plank voordat je het tempo van mountain climbers toevoegt. Namelijk zonder een stabiele planktbasis verliest de oefening snel zijn waarde als core training en wordt het vooral een conditieoefening zonder controle.
  • Houd de handen recht onder de schouders gedurende de hele set. Bovendien vergroot een verkeerde handpositie de belasting op de polsen, vooral bij een hoger tempo waarbij de schouders telkens kort extra gewicht opvangen.
  • Adem in een vast ritme door, gekoppeld aan de beenwissels. Vervolgens helpt dit om het tempo natuurlijk en consistent te houden, in plaats van te versnellen tot het punt waarop de techniek wegvalt.
  • Verlaag het tempo zodra de heup begint te schommelen. Ten slotte is een lager tempo met een stabiele romp altijd effectiever dan een hoog tempo met verlies van controle.

Veelgemaakte fouten

  • De heup laten zakken of omhoog komen tijdens het tempo. Dit is de meest voorkomende fout bij mountain climbers. Namelijk zodra de heuppositie verandert, verdwijnt de stabiliteitscomponent en wordt de oefening vooral een snelle beenbeweging zonder core controle.
  • Te snel beginnen voor het eigen niveau. Bovendien leidt dat tempo bijna altijd tot een instabiele romp, omdat de core simpelweg niet snel genoeg kan corrigeren bij een te hoog startniveau.
  • De handen niet recht onder de schouders plaatsen. Vervolgens vergroot dit de belasting op de polsen en schouders, vooral naarmate de set langer duurt en de vermoeidheid toeneemt.
  • De adem inhouden tijdens de set. Ten slotte verhoogt dit de spanning onnodig en maakt het moeilijker om het tempo lang vol te houden. Een ritmische ademhaling ondersteunt een stabiel en consistent tempo.
Klaar voor een volledig schema?
Bekijk de Sterke Vaders 3-daagse full body routine
Bekijk de routine